Het Improvisatiefestival werd mede mogelijk gemaakt door donaties van:
GLS Bank,
Ionastichting,
Prins Bernhardfonds
KF Heinfonds.

 

Impressie van een deelnemer aan het Internationaal Improvisatiefestival van
10 t/m 13 augustus 2005 in Hogeschool Helicon te Zeist

De belangstelling voor het vierdaagse muziekimprovisatiefestival “De luisterende en scheppende mens, nieuwe wegen in de eigentijdse muziek” in augustus in Zeist, overtrof de     verwachtingen.  Bij honderdzestig mensen moest een aanmeldingsstop worden ingelast, omdat er niet meer mensen ondergebracht konden worden. De drie concerten, waarin negen internationale ensembles optraden, waren allemaal stampvol. Dagelijks waren er plenaire sessies. Hier stelden verschillende ensembles hun werkwijze en vraagstelling voor en ontstond er een intensieve uitwisseling met de luisteraars Het is bijzonder hoe er met zijn honderdzestigen samen aan muzikale vragen kan worden gewerkt. Er was een keur van werkgroepen waar zeer verschillende invalshoeken op het gebied van improvisatie werden gepresenteerd. Hier kon je kennis nemen van vaak tientallen jaren onderzoek, ontwikkeling en ervaring in kunst, pedagogie, therapie en muziek voor groepen. Bij ‘markt en vrije initiatieven’ bruiste het van de activiteit. De presentatie van de werkgroepen op zaterdagochtend was zeer afwisselend en inspirerend. Bij de concerten brachten de musici zeer verschillende muziek ten gehore, de tegenstelling tussen verschillende ensembles had soms niet groter kunnen zijn. Daar hoorde je dingen die je (nog) nergens hoort. Kortom, het was een bijzondere gebeurtenis, dit festival met 160 mensen uit 13 landen.

 Het initiatief tot dit festival in Zeist was genomen door Fenneken Francken van de Opleiding muziek aldaar, en door Michael Kurtz van de Sektion für redende und musizierende Künste aan het Goetheanum te Dornach in Zwitserland. Later voegde ook Eric Speelman van Mens en Muziek zich hierbij.
Het was de bedoeling de kunst nu eens in het centrum te stellen en niet altijd het ‘toegepaste’ werk in muziekpedagogie, muziektherapie en muziek als opbouwende hobby. In deze zin werd het improvisatiefestival een feest van de ontmoeting.
Na de concerten vertelden de verschillende groepen over hun werkwijze en hun manier van oefenen. De gesprekken over ieders aanpak waren heel open en er werd deskundig en vriendschappelijk geluisterd, wat niet zo vanzelfsprekend is. Waar gaat het met de muziek naartoe, van waaruit creëer ik, hoe luister ik, hoe luistert de ander? Hoe kom je tot vorm, zonder die van te voren vast te leggen? Hoe beleef ik de stilte, wat hoor ik in de stilte, wat wil ik horen? Deze en andere vragen kwamen uitgebreid aan de orde.
Er werd gespeeld op klassieke, op allerlei soorten nieuw ontwikkelde instrumenten en er was een vocaal ensemble uit Järna. Er waren groepen te horen van 10 musici op klassieke instrumenten ( Berlin 94) , nieuwe en klassieke instrumenten met stem (Steinlicht), het Weidlerkwartet, Ensemble Ghaun ( vier musici uit vier verschillende landen), het trio Klangblüte ( klassieke en nieuwe instrumenten en watergeluiden), IndiviDuo ( viool/piano en stem), solisten met saxofoon, piano en nieuwe instrumenten….Kortom, voor iedere smaak was er iets heel nieuws. Verschillend muzikaal idioom wordt ontwikkeld en zeer individueel vormgegeven.
Van ’s ochtends vroeg tot diep in de nacht werd er gevraagd, geluisterd en gespeeld. De tijd ging veel te snel voorbij, heel graag hadden de verschillende groepen ook met elkaar gemusiceerd, maar daarvoor was te weinig tijd. Een begin is echter gemaakt, hopelijk gaat het verder. Het was bijzonder dat ruim vijfendertig zeer verschillende musici elkaar hun ervaring en onderzoekswerk, gedeeltelijk opgebouwd in meer dan twintig jaar, bij deze gelegenheid in een open stemming konden tonen. Iedereen die er niet bij was, kan zich hopelijk verheugen op een vervolg!
Met dank aan Reinhild Brass, musicus, Witten-Annen, Duitsland


Klik hier voor het verslag van Reinhild Brass (in PDF om af te drukken)



Klik hier voor het overzicht van de concerten / uitvoerenden (in PDF om af te drukken)




Internationaal muziekimprovisatiefestival 2005
Door Esther Vis

Klik hier voor hett verslag van Esther Vis (in PDF om af te drukken)



Inleiding
In mijn werk op de psychiatrische afdeling als muziektherapeute maak ik veel gebruik van muzikale improvisaties. Ik zie
de patiënten gedurende een zeer korte periode die kan variëren van één week tot zes weken. Bij hoge uitzondering blijft
iemand drie maanden. Tot een langdurige behandeling komt het nagenoeg nooit. Ik richt me vooral op observaties ten behoeve
van de diagnostiek, op afleiding en plezierbeleving. De improvisatie is een zeer werkbare vorm omdat ik het op een
laagdrempelige manier aan kan bieden. Maar ook omdat de instrumenten zeer toegankelijk zijn en bijna als vanzelf wonderschoon
bij elkaar klinken. Dit alles maakt dat de patiënten over het algemeen graag naar de muziektherapie komen en dat ze positieve
reclame maken voor de mensen die het nog niet hebben meegemaakt.
Ik ben zelf bijna elke keer aangenaam verrast door de muzikale juweeltjes die we tot klinken brengen. Het verwondert me des
te meer omdat de groepen elke keer van een andere samenstelling zijn. We hebben dus als groep nooit iets op kunnen bouwen en
toch krijgen we het vaak voor elkaar om de stilte in de muziek te laten horen en de muziek uit te laten klinken in de stilte.
En na zo vele keren en elke keer weer op een andere manier getuige te zijn geweest van een dergelijk wonder ben ik me steeds
meer gaan afvragen hoe dit kan. Wat gebeurt er met ons als we improviseren? Wat maakt dat we het kunnen, ook als we elkaar eigenlijk niet zo goed kennen. En hoe komt het dat elk lid van de groep, als het improviseren tot muziek wordt, dat ook zo ervaart? Alsof we elkaar helemaal muzikaal kunnen begrijpen.

De concerten
Deels voor mijn werk, maar zeker ook gewoon voor mezelf, ben ik deze zomer naar het muziekimprovisatiefestival gegaan dat
gegeven werd in de Hogeschool Helicon te Zeist en georganiseerd werd door Fenneken Francken, Michael Kurtz en Eric Speelman.
Het programma begon op woensdagavond 10 augustus en duurde tot zaterdagmiddag 13 augustus. Het was een zeer gevarieerd
programma, zowel wat de activiteiten betrof als wat er inhoudelijk aangeboden werd. Zo waren er elke avond concerten van
minimaal drie verschillende ensembles en konden we dus tenminste negen verschillende manieren van improviseren horen. Wat me
bij elk concert weer trof, was het enthousiasme waarmee de mensen muziek maakten. Elk ensemble had zoveel plezier en dat
maakte het voor mij weleens lastig om op mijn stoel te blijven zitten en alleen maar te luisteren. Ik had vaak oh zo graag
meegedaan.
Elk concert verdient eigenlijk een eigen recensie. Ik licht er een paar momenten uit die mij bijzonder hebben getroffen op
wat voor manier dan ook. Bij een van de improvisaties van Manfred Bleffert vroeg hij het vrouwenkoor uit Järna om mee te
zingen met de tamtam. Manfred bespeelde de tamtam met allerlei verschillende kloppers en vegers. Met elk stuk gereedschap
kwam er weer een ander soort klank uit de tam tam. Het leek wel of het ganse muzikale universum besloten lag in dit instrument en je alleen nog even moest weten hoe het eraan te ontfutselen. En dat wist Manfred. De vrouwenstemmen, die van een zeer
klare zuiverheid getuigen, pasten zeer goed bij dit instrument. We zaten eigenlijk in een gymzaal, maar ik waande me dan weer
in een middeleeuwse kathedraal en dan weer in een oerbos terwijl ik getuige was van de eredienst van Druïden.
Dan was er de groep Individuo, bestaande uit een pianist en een violiste. Dit stel was er niet vies van de grenzen van de
instrumenten op te zoeken en te overschreiden. Het was alsof zij een kaleidoscopisch beeld schiepen van de menselijke ziel,
met alle gevoelens en emoties die wij kennen, de mooie en zachte, maar ook de harde en lelijke. En de humor buitelde daardoorheen als verbindende kracht. Dit ensemble bracht ook een theatraal aspect naar voren alsof het niet alleen om de
muzikale klanken ging, maar ook om de intermenselijke interactie.
Berlin ’94, een internationaal gezelschap van elf musici, heeft ons meegevoerd langs weer andere onbekende wegen van de
improvisatie. Zij speelden vijf stukken, die allen een geheel eigen karakter hadden, maar met elkaar een geheel vormden.
Ik kon er heel duidelijk een ontwikkeling in horen. Het begon voorzichtig, enigszins ingehouden, met veel pauzes en
kortdurende tonen. Langzamerhand kwam er in deze kristallijne vorm meer leven, alsof de klanken water kregen en gingen
groeien. Er ontstonden muzikale lijnen en de pauzes kregen een stiltekarakter. Het was mooi, maar het had voor mij soms
teveel klank, zelfs als het stil was. Mijn oren leken het niet te kunnen bevatten. Vervolgens vonden bepaalde instrumenten
|elkaar. In het begin speelde de groep als geheel zowel de pauzes als de klanken. Maar aan het eind ontstonden er kleinere
groepjes. En als zo’n klein groepje speelde, dan luisterden de anderen. Vanuit deze ontwikkeling ging de groep als geheel
weer samenspelen. De improvisatie kreeg een duidelijke doch speelse structuur. Nu kon ik veel beter met de muziek meeleven.
Het was bijzonder om getuige te zijn van deze muzikale omvorming in de improvisatie.

De werkgroep
Er waren in totaal dertien verschillende werkgroepen die ofwel werden gegeven vanuit de muziekpedagogiek, of vanuit de
muziektherapie of vanuit het uitvoerend muziekleven. Ik had gekozen voor de werkgroep van Gunhild von Kries:’Tährtivirta
instrumenten, het genezende van omgaan met tijd, vormmetamorfose.’ Ik wilde namelijk graag weten en ervaren wat Tährtivirta’s zijn en bovendien was ik geraakt door de beschrijving van de werkgroep: het genezende van omgaan met tijd. Op mijn werk
merk ik dat veel patiënten moeite hebben om op een gezonde manier om te gaan met tijd. Ze willen vaak te snel; richten
zich op ‘beter zijn’ in plaats van op ‘beter worden’. Ze gunnen zichzelf geen tijd en ruimte om uit te zieken. Anderen
daarentegen blijven in hun ziek-zijn hangen en laten het wordingsproces stagneren. Over het algemeen hebben de patiënten
geen grip op de tijd. Een dag strekt zich uit als een eindeloze vlakte. Het aanbieden van een dagstructuur helpt hen weer
vat te krijgen op hun leven.
Ik merk dat de muziek als tijdskunst veel voor deze mensen kan betekenen. Vanuit deze praktijkervaring sloot ik me aan bij
deze werkgroep. Wellicht konden deze instrumenten, speciaal ontwikkeld voor dit doel – omgaan met tijd – mij nog iets leren. |
Ook sprak het mij aan dat we met de kwaliteit van de stilte zouden gaan werken, zoals de aankondiging beloofde.
Gunhild is al zo’n twintig jaar bezig met het bouwen van deze instrumenten, die de meest wonderlijke vormen hebben. Niet een
is gelijk aan de ander. Sommigen lijken op pantoffels, anderen weer meer op stromend water, of elfenoren. De klank is het best te vergelijken met de klank van een psalter, een driehoekig middeleeuws strijkinstrument – ook wel het citroentje onder de strijkinstrumenten genoemd. Ze hebben vrijwel allemaal een open klankkast. Ze zijn vervaardigd uit verschillende houtsoorten en zijn ontwikkeld door een artistieke, kunstzinnige en meditatieve communicatie met elke boomsoort. Aanvankelijk selecteerde Gunhild het hout voor de instrumenten volgens het principe van de planetensferen. Deze eerste ‘planeet’instrumenten, elk bestaand uit één specifieke houtsoort met unieke aspecten van tijd, ruimte en metamorfose, gebruikte ze vooral voor therapeutische doeleinden. Later heeft Gunhild Tährtivirta’s ontwikkeld die uit twee of drie houtsoorten bestaan. Deze brengen een andere toonkwaliteit tot klinken, een soort gesprek tussen twee of drie houtsoorten. Deze klank is wat steviger dan de klank die ontstaat vanuit een instrument gebouwd uit één houtsoort. Over het algemeen ontvouwen de vormen zichzelf tijdens het vervaardigen van de instrumenten, in plaats van dat Gunhild ze ontwerpt. Het belangrijkste idee en de intentie van Gunhild is het hoorbaar maken van de stilte. Dat kwam in de werkgroep sterk naar
voren. Hoewel de instrumenten best stevig bespeeld kunnen worden, is het de bedoeling om zo zacht mogelijk erop te spelen. En
dat is erg zacht – tijdens het concert van Gunhilds improvisatie ensemble waren er verschillende mensen die delen van de
muziek niet hebben kunnen horen. Deze speelwijze vraagt veel motorische controle en een sterke terughoudendheid. Toch schuilt
er een rijke klankwereld in deze zachtheid.
We hebben in de werkgroep vele luisteroefeningen gedaan. Het was meer een klankwerkgroep dan een muziekimprovisatiewerkgroep.
Het principe dat de ruimte verandert als een klank uitgeklonken is, kwam steeds weer terug. Mij viel op dat dat veel te maken
had met de zorgvuldigheid en respect waarmee je een klank tot leven roept. Als je er niet met je aandacht bij bent – er
bijvoorbeeld doorheen praat – verandert de ruimte niet. De zorg en de liefde voor het maken van de klank maakte dat de tonen
in de ruimte bleven bestaan. Ook als er niet gespeeld werd. Ik kon hier weer eens op een andere manier ervaren hoe belangrijk
het is om je te verbinden met het moment, met het hier en nu. Zodra dat mogelijk is kan er een metamorfose plaatsvinden en
toont de tijd haar genezende kwaliteit. De genezende werking zit hem in een liefde- en respectvolle omgang met de tijd. Het lijkt erop dat ik bij mijn zoektocht naar antwoorden op mijn vragen een beetje richting gekregen heb.

Manieren van improviseren
Elk ensemble kreeg overdag de tijd om wat over de eigen werkwijze te vertellen en te laten ervaren. Ook hier pik er een paar
uit. Berlin ’94 bestaat uit beroepsmusici die ieder op hun eigen instrument spelen. Zo zijn daar verschillende strijkers, een
|hoornspeler, twee dwarsfluitisten en een zanger. Deze groep vertelde ons de volgende werkwijze. Als zij samen gaan improviseren betrekken zij het stemmen van de instrumenten reeds in de improvisatie. Zij stemmen zich op elkaar af door het
min of meer omstebeurt spelen van een enkele toon met overlap. Een ieder speelt steeds slechts een toon, maar kan deze toon
per ronde laten verschillen.
Zij oefenen en experimenteren ook graag met de energetische pauze: het leren om niet teveel te spelen, maar je te
concentreren op de naklank. Het betreft een manier van spelen die zodanig is dat in de pauze die op de klank volgt
het levende muzikale te horen is. De pauze wordt dan een actiever deel van de muziek. Dit staat naast het gebruik van
de pauze als een ruimte om uit te rusten en je te herinneren van dat wat geklonken heeft. Om te beginnen is het goed om
dit in tweetallen te oefenen, waarin je samen de melodie maakt. De melodie ontstaat dan tussen twee spelers.
Een andere manier is om met de groepsgenoten melodische lijnen te maken. Hierbij is het belangrijk dat je je niet teveel
in het spelen verliest. Terughouding is geboden. Soms speel je niet meer dan een enkele toon. Het is de bedoeling om bij
elkaar aan te sluiten, maar bij – dreiging van – overlap stop je met spelen.
De laatste oefening die deze groep presenteerde, ging als volgt. Een speler begint. De anderen reageren daar kort op. Er
ontstaat zo een korte ritmische melodie die terugvalt in de stilte. Ook hier wordt de stilte een actief deel van de muziek.
De Järna Sanggruppe heeft enkele zangimprovisaties gedaan met de gehele zaal. We zongen op de medeklinker mmm en ieder zong
zijn eigen toon. De vraag was om een bepaalde kwaliteit in deze tonen te leggen. Het is verhelderend om in deze kwaliteiten
tegenstellingen te laten ontstaan, bijvoorbeeld warm en koud, koel; licht en zwaar. Het is een interessante oefening en
bijzonder om bij aanwezig te zijn. De ruimte zoemt en klinkt. Je toon wordt gedragen door zovele tonen. Aan de andere kant
had het op mij ook een enigszins vervreemdend effect. Het is zo anders dan het zingen van een lied. Het was alsof ik
verdwaald was op zee en geen navigatiesysteem tot mijn beschikking had. Het hielp om in het hier en nu te blijven, te
genieten van het moment en als het ware niets te willen. En het is ook verbluffend hoe duidelijk de verschillende
kwaliteiten door de zee van tonen heen kunnen klinken.
Bij een andere oefening zong weer de gehele zaal op mmm, maar dan in paren, met je buurman of –vrouw. Dit creëerde een intieme ruimte in het grote geheel. Nu ervoer ik meer sturing in de klankenzee.
Als laatste wil ik twee oefeningen van de groep Steinlicht beschrijven. Zij combineren de zogenaamde nieuwe instrumenten met
de traditionele. Voor deze oefening neemt een ieder een instrument. Eventueel maak je een evenwichtige verdeling tussen
klank- en melodie instrumenten. Men staat in een cirkel en een ieder speelt omstebeurt steeds weer dezelfde toon. Het
tempo waarin gespeeld wordt kan per ronde verschillen, waardoor er dus steeds een ander ritme ontstaat. Gaandeweg mag een
ieder die ene toon uitbreiden en er mag overlap komen tussen de verschillende klinkende instrumenten. Door het zo aan te
pakken wordt de pauze en het niet spelen meteen al onderdeel van de improvisatie.
Deze groep werkt ook graag met teksten, bijvoorbeeld een spreuk of gedicht. De sfeer en betekenis van een gedicht scheppen
kaders en geven richting aan de improvisatie. Het helpt de spelers om in een creatief proces te komen.

Tot besluit
Dit festival heeft me weer eens op een andere manier bewust gemaakt hoe belangrijk het is om stilte in de muziek te
creëeren. Toch is deze stilte niet daar door eenvoudigweg niet te spelen. Om de stilte beleefbaar te maken is een
innerlijke rust nodig. De terughouding op zichzelf en de afwezigheid van klank zijn niet genoeg. Ook in de terughouding
moet de stromende kwaliteit van muziek beleefbaar zijn. Is die er niet, dan leidt de terughouding tot verkramping en
wellicht zelfs tot angst en onzekerheid over de vraag:”Mag ik spelen of niet?”
Het festival was ook een vat vol ontmoetingen en interessante gesprekken. Persoonlijk had ik verwacht dat ik zelf meer
muziek zou maken. Het vele luisteren werd me soms iets te veel. Daarom was het ook goed dat er tijd was voor vrije
initiatieven waarin we heerlijk hebben kunnen klappen, stampen en lachen.

Klik hier voor dit verslag in PDF (om af te drukken)



© 2004 - Stichting Mens en Muziek - laatste bewerking 22/11/05