10 september 2005, Helicon, Zeist
studiedag "oefenen en spelen met Choroi-fluiten" o.l.v. Gerhard Beilharz en Christiane Kumpf

Klik hier voor dit verslag in PDF (om af te drukken)

 

Marcel van Os schreef:
Een pentatone impressie.
“Een héle dag bezig met die éne fluit?”, vroegen enkele studenten verbaasd toen ik hen vriendelijk en zoals altijd
enorm enthousiast uitnodigde om deel te nemen aan de studiedag waarin het spelen met en oefenen op de pentatone
Choroifluit centraal zou staan. Mijn bevestigende antwoord ontlokte hen slechts een haast meewarig “nou, een fijne
dag Marcel”. Hun dag zou er anders uit zien. Duidelijk bleek dat het niet bepaald een aanlokkelijk idee leek om
je een hele zaterdag nog wel bezig te houden met zo’n maffe, donkerbruine fluit met te weinig gaatjes erin die,
wanneer je er liedjes op speelt, niet meer kan bewerkstelligen dan een vaag, zweverig gefleem van tonen. Het leek
hun niet aanlokkelijk en het tegelijkertijd plaats vindende ‘Magneetweekeinde’ had meer hun belangstelling.
Begrijpelijk en terecht denk ik dan maar. Het was zonder dit ook l erg warm….
De cursus begon. “Nur einen Tag haben wir”, spraken de beide cursusverzorgers zich uit. Tsja, wat kunnen we doen
in een dag? Slechts aanzetten geven, meer niet. Werkelijk wezenlijk werk doen neemt zeker enkele dagen, zo
verzekerden zij beide ons.
Een prachtig contrast. De student die na een kwartier de behoefte krijgt om iets te gaan doen wat meer met zichzelf
heeft te maken en de volwassene die beseft hoe moeilijk het is en hoeveel tijd het vraagt om je te verdiepen in die
muziek van het kleine kind en die zich realiseert hoeveel oefening dit vraagt.
Het was mooi hoe Gerhard en Christiane ons terug brachten naar het oergebied van het muzikale en dus ook van de
muziek van het kleine kind: de beweging. Alle muziek begint met de beweging. De opvoedende weg gaat van de grote
naar de kleine beweging, gaat van uiterlijke beweging naar innerlijke beweging, gaat van gebaar naar melodie, gaat
van beweging naar ritme.
Fijn en hoopvol om te zien dat toch zo’n 30 mensen, waaronder veel leerkrachten van lagere klassen zich uitgenodigd
hebben gevoeld en zich hierin willen begeven. Want dat is het wel, je begeeft je werkelijk ergens in. Voor mij is dat
een hele weg. Ik kan het, voor het kind wat mens wil worden, maar voor mijzelf zoek ik dit niet op. Moet ik weer terug
naar de enkele geblazen toon, terwijl ik ook al sonates van Telemann kan spelen? Ja, ik zal wel moeten, hoe wil ik
anders het kleine kind kunnen bereiken.
Wat hebben we gedaan? We hebben eerst maar eens ons bewogen, als uitloper van de vakantie liepen we als op zand, op
het strand, in het water aan de waterlijn, diep in het water, over keien, scherpe stenen, heet zand en groen gras.
We waren bron die ontsproot, beekje dat kabbelde, waterval die viel, rivier die meanderde en langs steden kwam, we
stroomden uit in de grote zee, onze zee. We probeerden al bewegend boven en onder, voor en achter een plek te geven.
We liepen vanuit ons ‘midden’, doelgericht ergens op af of juist tastend naar achteren, tastend met zintuigen die we
al lang niet meer zo paraat hebben als al die wakkere zintuigen die elke dag worden gebombardeerd met indrukken.
We bewogen vanuit onszelf. Ik stuur nu mijn hand naar boven, naar links, sierlijk naar rechts openend naar de wereld.
We bewogen ook als marionet. De touwtjes die van buiten aan ons trokken en onze ledematen bewogen. Beide kan een
‘ik’beleven zijn. De ene keer een ‘ik’ van binnen dat stuurt, de andere keer een ‘ik’ buiten, in de periferie. Zoals het ik van
het kleine kind nog in de omgeving zit als een bol óm het kind, in plaats van dat het al een plek heeft binnen in de ziel
waarbij het kind ‘ik’ kan zeggen en daarbij naar zichzelf wijzen, ter hoogte van het hart, zoals de volwassene dat doen.
Mooi overigens om weer eens als marionet te bewegen. Heeft ook iets veiligs, de touwtjes zijn ook verantwoordelijk voor
de beweging, zij leiden mij. We haalden adem, natuurlijk haalden we adem, maar we moesten fluiten dus gingen we adem
‘hálen’. Dat is weer net niet de bedoeling. Hoe gaat de adem, kan de adem zijn als een wind-vlaag, als een zuchtje wind?
Kan de toon iets zijn wat niet daar, aan het einde van de fluit ergens ontstaat maar kunnen we beleefbaar krijgen hoe het
werkt wanneer je de voorstelling maakt dat de toon er al is, dat je de toon even fysieke vleugels geeft voor je hem weer los laat.
We tasten de wereld van de tonen in licht en donker af. Hoe worden de tonen lichter wanneer ze hoger worden,
hoe worden donkerder naar mate ze dieper worden. Daar in het midden staat ook hier het centrum. De toon van het
centrum. Voorbode van de latere grondtoon die ergens onder is. Een ademende toon tussen klinken en uitrusten.
Vogeltjes klonken uit de fluiten. Een mooi spel is het dansen van de vingers op de fluit. Laat de fluit dansen en
bewegen, laat de vingers spelend bewegen. Nu en dan komt de adem langs en tovert uit de fluit de lichte tonen van
een vogel die zingt. Soms hoog, soms laag, soms blijft de toon ergens hangen. Een tak van een boom biedt rust voor
even. Mooi spel waarbij de helft boom was en de andere helft vogel. De bomen stonden, geaard, met wortels in de grond.
De vogels zongen en vlogen. Zochten een boom waar zij hun melodie aan schonken. Dan wordt de boom vogel en
de vogel boom. De vogel wordt boom en luistert, misschien wel met de ogen dicht. Stil, hoor ik een vogel langs komen?
Zou die op mijn tak gaan zitten? Speelt die een liedje alleen voor mij?
Fluiten met kleine kinderen doe je bewegend en staande. Niet op je stoel achter je tafel. Hoe wil je de beweging
beleven die aanzet is tot alles wat klinkt wanneer je je niet kunt bewegen? Een lesje in de praktijk duurt en half uur met de
kinderen. Het moet mogelijk zijn dit zo staande bewegende door te brengen zonder dat de kinderen het zitten gaan missen.
Het vraagt wel veel fantasie en beeldend vermogen van de leerkracht om de kinderen steeds weer vanuit het beeld in beweging
te krijgen. Dan komen de vragen. Één vraag over het werken met de pentatone fluit, verder over de C-fluit, wanneer, hoe, waarom.
Daar ging het toch vandaag niet over? Maar mag het nu, aan het einde, nog even over mij gaan? Daar ben ik thuis, dat gaat meer
over mij. Voor ik naar huis ga wil ik eigenlijk nog even de praktische tips hebben die mij daarin verder helpen. En zo sloten we, met
een belofte voor de toekomst. Tsja, misschien moeten we daar een volgende keer maar mee
verder? Als laatste: op dezelfde dag vonden in Helicon nog twee studiedagen plaats. Één van euritmisten en één van
kunstzinnig therapeuten. Ik zag de euritmisten lopen door de zaal en herkende veel van wat wij deden vandaag.
Ik hoorde van de therapeuten en besefte dat alle onderwijs een zoeken naar ‘helen’ is.
Ook dat heb ik vandaag weer kunnen beleven.

Marcel van Os

Klik hier voor dit verslag in PDF (om af te drukken)

 

© 2004 - Stichting Mens en Muziek - laatste bewerking 15/9/05